Slim Samenwerken met AI

Gratis proefles

Basiscursus · Module 2: Goede vragen stellen

De goede prompt: zo krijg je bruikbare antwoorden

Leer de vijf bouwstenen van een sterke prompt (context, taak, vorm, doelgroep en randvoorwaarden) en zie het verschil in voor-en-navoorbeelden uit de kantoorpraktijk.

Les 4 van 16± 15 minutenGecontroleerd op 6 oktober 2026

Instructievideo bij deze les · ondertiteling aan of uit via de knop CC

Een prompt is simpelweg het bericht dat je aan Claude stuurt. Het verschil tussen een matig en een uitstekend antwoord zit bijna altijd in die prompt. Het goede nieuws: je hoeft geen technische trucjes te leren. Een goede prompt lijkt op een goede werkinstructie aan een collega. In deze les leer je de vijf bouwstenen die je daarvoor nodig hebt.

Denk aan een nieuwe collega

Anthropic geeft in zijn eigen handleiding een handige vergelijking: behandel Claude als een briljante, maar nieuwe collega die niets weet van jouw organisatie, jouw klanten of jouw voorkeuren. Die collega kan razendsnel werken, maar alleen goed als je duidelijk uitlegt wat je wilt.

Stel je voor dat je tegen zo'n nieuwe collega zegt: "Schrijf even een mail over de vertraging." Die collega heeft meteen tien vragen. Welke klant? Welke vertraging? Hoe lang? Wie is er schuld aan? Hoe formeel? Claude stelt die vragen niet altijd, maar vult de gaten zelf in. En dat gaat vaak net mis.

De vijf bouwstenen

Bouwsteen Vraag die je beantwoordt Voorbeeld
1. Context Wat is de situatie en achtergrond? "We zijn een installatiebedrijf; de levering van warmtepompen loopt drie weken vertraging op door een tekort bij de fabrikant."
2. Taak Wat moet Claude precies doen? "Schrijf een e-mail aan klanten die een installatie gepland hebben."
3. Vorm Hoe moet het resultaat eruitzien? "Een onderwerpregel plus een mail van maximaal 150 woorden, met een opsomming van wat de klant kan verwachten."
4. Doelgroep Voor wie is het? "Particulieren zonder technische kennis, die al lang wachten."
5. Randvoorwaarden Wat moet wel of juist niet? "Geen nieuwe datum beloven, wel een contactpersoon noemen, u-vorm."

Je hoeft niet altijd alle vijf te gebruiken. Maar als een antwoord tegenvalt, ontbreekt er bijna altijd één.

Tip: Vraag jezelf voor het versturen af: "Als ik dit aan een nieuwe collega gaf, zou die dan nog vragen hebben?" Zo ja, beantwoord die vragen alvast in je prompt.

Voorbeeld 1: een klantmail

Voor:

Schrijf een mail over de vertraging.

Het resultaat is een algemene, vage mail met [placeholders] en waarschijnlijk een toon die niet bij je bedrijf past.

Na:

Context: wij zijn Van Dijk Installatietechniek, een installatiebedrijf met 25
medewerkers. Door een tekort bij de fabrikant loopt de levering van warmtepompen
ongeveer drie weken vertraging op. Dit raakt zo'n 40 klanten met een geplande
installatie in mei.

Taak: schrijf een e-mail aan deze klanten.

Doelgroep: particulieren zonder technische kennis. Velen wachten al maanden en
zijn mogelijk geïrriteerd.

Vorm: een onderwerpregel en een mail van maximaal 150 woorden. Gebruik een korte
opsomming voor "wat betekent dit voor u".

Randvoorwaarden: gebruik de u-vorm. Beloof geen nieuwe datum; zeg dat we binnen
twee weken persoonlijk contact opnemen. Sluit af met Sanne de Boer,
klantenservice, 030-1234567.

Dit antwoord kun je vrijwel direct gebruiken.

Voorbeeld 2: een rapportage samenvatten

Voor:

Vat dit samen: [geplakte tekst]

Na:

Hieronder staat ons kwartaalrapport klanttevredenheid (Q3). Ik moet het
volgende week presenteren in het MT-overleg, dat 15 minuten heeft voor dit punt.

Maak een samenvatting voor het managementteam:
- begin met de drie belangrijkste conclusies in één zin per conclusie;
- noem daarna de grootste verbetering en de grootste verslechtering ten opzichte
  van Q2, met de cijfers erbij;
- eindig met maximaal drie aanbevelingen.

Houd het onder de 250 woorden. Noem alleen cijfers die letterlijk in het
rapport staan; als iets niet in het rapport staat, zeg dat dan.

[geplakte tekst]

Let op die laatste instructie: door expliciet te vragen alleen cijfers uit de tekst te gebruiken, verklein je de kans dat Claude iets verzint.

Voorbeeld 3: planning en financiën

Voor:

Maak een planning voor de jaarafsluiting.

Na:

Ik ben controller bij een mkb-bedrijf (groothandel, 60 medewerkers). We sluiten
het boekjaar af op 31 december; de accountant wil de stukken uiterlijk 15 maart.
Ons team bestaat uit mij, twee boekhouders en een salarisadministrateur
(parttime, ma-wo).

Maak een planning van begin januari tot 15 maart in een tabel met de kolommen:
week, taak, verantwoordelijke, afhankelijk van. Houd rekening met de
parttimer. Voeg onder de tabel de drie grootste risico's voor de deadline toe.

Maak je prompt overzichtelijk

Bij langere prompts helpen een paar eenvoudige gewoontes:

  • Gebruik labels zoals Context:, Taak:, Vorm:. Dat hoeft niet, maar het voorkomt dat je iets vergeet.
  • Zet de opdracht en de tekst duidelijk uit elkaar. Bijvoorbeeld: "De mail van de klant staat hieronder tussen de streepjes."
  • Wees concreet. "Kort" is vaag; "maximaal 100 woorden" of "drie bullets" is duidelijk.
  • Zeg wat je wél wilt, niet alleen wat je niet wilt. "Schrijf in gewone spreektaal" werkt beter dan "niet te formeel".
  • Leg uit waarom. "Houd het kort, want klanten lezen dit op hun telefoon" helpt Claude om ook in de rest van de tekst de juiste keuzes te maken.

Let op: Een prompt met veel context is pas echt nuttig als die context klopt. Plak je klantgegevens of interne cijfers in je prompt, denk dan eerst na of dat mag. In de les Privacy en AVG leer je hoe je gegevens anonimiseert.

Een handig sjabloon

Kopieer dit sjabloon en vul het aan. Na een paar keer gaat het vanzelf.

Context: [wie ben je, wat is de situatie, wat is de achtergrond?]

Taak: [wat moet Claude precies doen?]

Doelgroep: [voor wie is het resultaat?]

Vorm: [lengte, opbouw, tabel/opsomming/lopende tekst, toon]

Randvoorwaarden: [wat moet er zeker in, wat juist niet?]

Oefening

  1. Kies een taak die je deze week echt moet doen: een mail, een korte notitie, een planning of een samenvatting.
  2. Schrijf eerst een "voor"-prompt van één zin en verstuur die. Bewaar het antwoord.
  3. Schrijf daarna een "na"-prompt met het sjabloon hierboven en verstuur die in een nieuw gesprek.
  4. Vergelijk de twee antwoorden. Welke bouwsteen maakte het grootste verschil?
  5. Bonus: plak je "voor"-prompt in een nieuw gesprek met deze vraag:
Hieronder staat een prompt die ik aan een AI-assistent wil geven. Welke
informatie ontbreekt er om een goed resultaat te krijgen? Stel me maximaal
vijf gerichte vragen.

[jouw voor-prompt]

Samenvatting

  • Een prompt is je opdracht aan Claude; de kwaliteit ervan bepaalt grotendeels het resultaat.
  • Behandel Claude als een slimme nieuwe collega die jouw situatie niet kent.
  • De vijf bouwstenen: context, taak, vorm, doelgroep en randvoorwaarden.
  • Wees concreet, zeg wat je wél wilt en leg uit waarom.
  • Vraag Claude expliciet om alleen informatie uit jouw tekst te gebruiken als je verzinsels wilt voorkomen.

Test je kennis

5 vragen over deze les.

  1. 1. Welke bouwsteen ontbreekt in deze prompt? 'Schrijf een mail aan onze klanten over de nieuwe openingstijden. Maximaal 100 woorden, vriendelijke toon.'
  2. 2. Waarom helpt het om de doelgroep te noemen?
  3. 3. Welke vergelijking gebruikt Anthropic zelf om uit te leggen hoe je Claude instructies geeft?
  4. 4. Wat is een goede manier om een lange prompt overzichtelijk te maken?
  5. 5. Hoe lang moet een goede prompt zijn?

Smaakt dit naar meer?

Dit was les 4 van de Basiscursus. Met de volledige cursus krijg je alle 16 lessen, oefeningen en updates, 6 maanden lang.